Verdiepende activiteit: Misverstanden in de communicatie: vijf invalshoeken volgens het TOPOI-model

Het TOPOI-model is een reflectief model of een kader dat gebruikt kan worden om communicatieproblemen of misverstanden vanuit verschillende invalshoeken te begrijpen.

Het model werd ontwikkeld vanuit de systeemtheorie waarbij het uitgangspunt is dat communicatie bepaald wordt door de interpersoonlijke communicatie, de situationele context en de unieke personen die deel uitmaken van veel sociale verbanden. Elk sociaal verband heeft zijn eigen specifieke cultuur. Interculturele communicatie is interpersoonlijke communicatie. De verschillen en misverstanden die zich voordoen in de communicatie met mensen met een migratieachtergrond zijn niet wezenlijk anders en problematischer dan die in communicatie met mensen uit de eigen groep. Het proces van communicatie verloopt op een universele wijze. Overal ter wereld gaat het om betekenisgeving. Niet alles hoeft cultureel of religieus van aard te zijn. Het kan evengoed om sociaaleconomische, organisatorische, psychologische, juridische, relationele, persoonlijke of andersoortige verschillen gaan. Communicatie is ook altijd een circulair proces waarbij spreker A spreker B beïnvloedt en omgekeerd.

© Unsplash / Marlis Trio Akbar

Vanuit het TOPOI-model kunnen volgende invalshoeken gebruikt worden om misverstanden of conflicten te analyseren waarbij ook steeds een aantal kernreflecties uitgevoerd kunnen worden:

Taal (T)

Verbaal: welke taal, moedertaal of niet; straattaal, dialect, schuttingstaal; soort van woorden; stijl; intonatie

Non-verbaal: lichaamshouding; blik

Kernreflecties voor het TOPOI gebied taal:  
  • Wat is mijn aandeel: wat druk ik verbaal en non-verbaal uit en wat is mijn interpretatie van het verbale en non-verbale gedrag van de ander?
  • Wat is het aandeel van de ander: wat drukt de ander verbaal en non-verbaal uit en wat is haar of zijn interpretatie van mijn  verbale en non-verbale gedrag?
  • Wat is de invloed van de sociale omgeving, de sociale representaties, op ieders verbale en non-verbale taal en op de interpretatie ervan?

Ordening (O)

Vanuit welk wereldbeeld, vanuit welke visie, cognitieve schema’s denkt en spreekt de persoon.

Kernreflecties voor het TOPOI gebied ordening:  
  • Wat is mijn aandeel: wat is mijn zienswijze en denkwijze ten aanzien van de kwesties die aan de orde zijn?
  • Wat is het aandeel van de ander: wat is de zienswijze en denkwijze van de ander ten aanzien van de kwesties die aan de orde zijn?  
  • Wat is de invloed van de sociale omgeving op ieders kijk en denkwijze en op ieders betekenisgeving van de zienswijze van de ander?

Personen (P)

Wat is het betrekkingsniveau, hoe staan jullie relationeel? Gelijk of complementair?  Dit beïnvloedt hoe de informatie ontvangen wordt; zo zie ik jou, zo zie ik mezelf, zo zie ik onze relatie.

Kernreflecties voor het TOPOI gebied personen:  
  • Wat is mijn aandeel: als wie presenteer ik mij aan de ander, wat voor beeld van de ander communiceer ik naar de ander, hoe zie en ervaar ik de onderlinge betrekking?
  • Wat is het aandeel van de ander: als wie presenteert de ander zichzelf, wat voor beeld van mij communiceert  de ander, hoe ziet en ervaart de ander de onderlinge betrekking?  
  • Wat is de invloed van de sociale omgeving op hoe eenieder zichzelf presenteert en op hoe eenieder de ander en de onderlinge relatie ziet en ervaart?
© Unsplash / Markus Spiske

Organisatie (O)

Vanuit welke maatschappelijke positie spreekt ieder. Wat zijn de machtsverhoudingen? Wie behoort er tot de dominante groep?

Kernreflecties voor het TOPOI gebied organisatie:  
  • Wat is mijn aandeel: wat zijn van mijn kant de organisatorische factoren en machtsverhoudingen die de communicatie beïnvloeden?
  • Wat is het aandeel van de ander: wat zijn van de kant van de ander de organisatorische factoren en machtsverhoudingen die de communicatie beïnvloeden?
  • Wat is de invloed van de maatschappelijke en organisatorische context op de communicatie?

Inzet (I)

Vanuit welke motivatie of innerlijke drijfveren wordt er gecommuniceerd. Waarom zegt iemand iets. Daarbij komt nog  dat er verschillen kunnen optreden tussen de bedoeling en het effect. De spreker beseft dit niet altijd. Elkeen heeft zijn motivatie en wil zin en betekenis geven. Dit wordt zeer individueel ingevuld.  Toch is er invloed van de cultuur van de sociale groepen waartoe men behoort, die je mee gesocialiseerd hebben. Er zit impliciet een oordeel in over de zingeving van andersdenkenden. Wat zijn de dieperliggende emoties, denkbeelden en waarden die ten grondslag liggen aan de culturele en individuele invullingen van wat een zinvol leven inhoud. Daar zul je de invloed van representaties zien. Een empathische houding kan de dialoog gemakkelijker maken en helpen om niet te snel te oordelen over de inzet van iemand.  

Kernreflecties voor het TOPOI gebied inzet:  
  • Wat is mijn aandeel: wat is mijn inzet, zie ik de inzet van de ander en erken ik deze inzet?
  • Wat is het aandeel van de ander: wat motiveert de andere persoon, wat ziet de andere persoon van mijn inzet en erkent hij of zij mijn inzet?
  • Wat is de invloed van de sociale omgeving, de sociale representaties, op ieders inzet en op ieders erkenning van elkaars inzet?