Verdiepende activiteit: Vroegere zelf, huidige zelf versus toekomstige zelf

‘Vroegere zelf, huidige zelf vs. toekomstige zelf’ is een oefening die elke cliënt voor zichzelf kan doen. 

© Unsplash / Михаил Секацкий

Bij deze oefening moeten drie cirkels worden getekend: één voor het vroegere zelf, één voor het huidige zelf, met daarin de eigenschappen van het vroegere zelf, eigenschappen van het huidige zelf, en één met de eigenschappen van het toekomstige zelf. Het is gemakkelijker om te beginnen met het toekomstige zelf. Sommige eigenschappen zullen hetzelfde zijn. Sommige eigenschappen van het ‘toekomstige zelf’ zullen doelen worden en sommige eigenschappen zullen niet bereikbaar zijn. De cliënt realiseert zich wat de verschillen zijn, en stelt doelen.

Instructie voor je cliënt

Teken drie cirkels op een blad.

Bij deze oefening gaan we kijken wie je zou willen zijn of hoe je je zou willen gedragen in de toekomst. Dit schrijf je in de laatste cirkel. Het mag van alles zijn, als het maar te maken heeft met jou als persoon.

In de tweede cirkel schrijf je wie je nu bent of hoe je je nu gedraagt. 

En in de eerste cirkel schrijf je wie je was, en hoe je je toen gedroeg. Noteer ook telkens welke verwachtingen jouw positie binnen het gezin met zich meebrengen.  

Bespreek het resultaat met je cliënt

Wat de cliënt wil bereiken daar schrijf je het doel naar toe aan de hand van oplossingsgerichte vragen. 

Onthoud dat een doelstelling best volgende kenmerken hebben:

  • Specifiek – Is de doelstelling eenduidig?
  • Meetbaar – Onder welke (meetbare/observeerbare) voorwaarden of vorm is het doel bereikt?
  • Acceptabel – Zijn deze doelen acceptabel voor de doelgroep en/of het management?
  • Realistisch – Is het doel haalbaar?
  • Tijdsgebonden – Wanneer (in de tijd) moet het doel bereikt zijn?

Het zijn de doelen van de cliënt en hij moet het halen; intrinsieke motivatie is noodzakelijk om de cliënt in beweging te krijgen

  • Wat moet er veranderen ⮕ leidt tot SMART doelen
  • Duidelijke afspraken maken over wat er binnen welke termijn moet gebeuren.
  • Hoe wil je dat aanpakken ⮕ leren regie voeren

Neem hiervoor de tijd laat je cliënt nadenken, zelf oplossend vermogen en eigen kracht.

  • Praktisch doel: haalbaar resultaat op korte termijn, bv. budget opstellen, afspraak huisarts maken, etc. ⮕ SMART
  • Procesdoelen: veranderen in een patroon, bv. assertiever worden, een veilige leefomgeving creëren, etc. ⮕ opdelen in kleine stappen

Wie heb je er nog meer bij nodig ⮕ helpen regie voeren

  • Bespreek wie er nodig is en waar hij je mee helpt

Gericht op het vergroten van hulp organiserend vermogen van de cliënt, zodat ze straks zonder professionele hulp verder kunnen  

  • Hoe kan ik daarbij helpen?
  • Maak heldere afspraken over wie wat doet. En kies met wie de cliënt samen de regie voert over het plan.

Het is belangrijk om het verschil uit te leggen tussen wensen, doelen en actiepunten. Begin met een vraag: wat is het verschil tussen een doel en een wens? Een goed eindpunt is de consensus dat een wens iets is waarnaar je in je hart verlangt, ook al is het soms misschien iets dat niet bereikbaar is. Onder doelen kan hier worden verstaan: tussenstappen waarmee je dichter bij je wens komt. Actiepunten zijn de concrete acties die je van plan bent te ondernemen om je doelen te verwezenlijken.

Bij een volgend gesprek, peil naar de geplande doelen:

  • Wat was de ervaring?
  • Wat ging goed?
  • Wat moet ik anders doen?